Marboei

Vandaag worden we ingeklemd door broedplaatsen en steeds
grotere nederzettingen om vakantie in te ondergaan

 

maar we varen. De steven beeft, onder de boot woelt iets
in zijn slaap en de eerste druppels stuiteren al

 

over de golven. We omklemmen het roer met beide handen,
het hout is nat en plakt. Sturen is wijzen naar waar je
niet wilt komen. We ankeren ons vast om veilig

 

en vlakbij de bodem te blijven en toch zijn we niet gescheiden
van een watermassa die zwiept en vloekt, westenwind opslokt

 

om zijn groeispurt te voltooien, dit monster in wording wil oevers
dwingen het wateroverschot op te klokken, wanhopig jong

 

gewas eruit persen om al dat vocht maar ergens te kunnen laten.
Ons bootje is veel

 

te klein. Vastgegord, misselijk, tollend en wat slaat daar overboord,
is het de drank, hopelijk de drank, zoals het in de fles klotst

 

klotst het nergens, het woelen neemt af, we zitten nog steeds
stevig  vast en deze boei wordt onze badstop

 

tegen de bodem, we roepen “kom maar op!” naar beneden en het
antwoord is gekabbel, kleine tsunami’s die tegen de romp slaan,
in een zacht maar zeker kloppen.

 

Hegemer Mar - Ellen Deckwitz

 

 

Meer gedichten lezen?

53°01'36.4"n 5°46'31.8"e

53°01'03.8"n 5°33'00.8"e